Over de boekenhouder

De Boekenhouder wil, samen met jou, de leescultuur en de kwaliteit van het voorbereidend leesonderwijs in de kleuterklas verhogen. De boekenhouder wil elke kleuter goesting doen krijgen in boeken, via een sterk boekenaanbod in alle hoeken van de klas, en via aantrekkelijke en uitdagende activiteiten rond alle boeken in alle hoeken.

Hier kan je terugvinden hoe en waarom het project ontstond, welke de projectdoelen waren en zijn, hoe het project verliep en verloopt, welke medewerkers er allemaal achter de boekenhouder verscholen zitten …

Van september 2020 tot december 2022 loopt het project Boeken troef! 

Boeken troef! wil scholen ondersteunen bij het uitbouwen van een krachtigere leesomgeving. Recente resultaten uit o.a. het PIRLS- en PISA-onderzoek tonen dat de leesmotivatie bij Vlaamse leerlingen de laatste jaren sterk daalde. Na een algemene screening van de leesomgeving, helpen we scholen van kleuter tot secundair samen met bibliotheken werk te maken van vrij lezen en voorlezen via de methodiek van het Samen Lezen, een aantrekkelijke boekenhoek en duurzame leesplekken. Meer informatie over Boeken troef! vind je ook hieronder.

‘De Boekenhouder’ - een professionaliseringstraject-op-maat om de leescultuur en de kwaliteit van het voorbereidend leesonderwijs in de kleuterklas, in het bijzonder voor kinderen uit kwetsbare gezinnen, te verhogen.

1. Aanleiding

Daling niveau begrijpend lezen

Goed kunnen lezen en schrijven is een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen participeren in de hedendaagse maatschappij (Van Vreckem e.a. 2015, Christoffels e.a. 2017). Echter, het gemiddelde niveau ‘begrijpend lezen’ is in Vlaanderen fors gedaald in vergelijking met tien jaar geleden. Binnen West-Europa tekent de Vlaamse regio voor de sterkste daling, volgens het recente PIRLS-onderzoek (PIRLS 2016). De onderzoekers schuiven drie belangrijke oorzaken voor deze daling naar voren: een eerste belangrijke verklaring is de langdurige ondermaatse professionalisering van het onderwijspersoneel in Vlaanderen. Als tweede oorzaak wordt de daling in lestijd voor lezen aangestipt. Tot slot tonen de PIRLS-resultaten een dalende leescultuur bij de Vlaamse leerlingen. Dit start al op kleuterleeftijd (Goethals 2017).

De relatie tussen armoede, taalvaardigheid en sociaal-economische kansen

Onderzoek (Christoffels e.a. 2016) toont aan dat armoede, taalvaardigheid en sociaal-economische kansen aan elkaar zijn gerelateerd. Kinderen uit gezinnen met een lage SES (socio-economische status) zijn vaak minder taalvaardig, en minder sterk in begrijpend lezen, wat dan weer belangrijke negatieve consequenties heeft voor hun onderwijssucces en participatie in de maatschappij.

Een belangrijke manier om laaggeletterdheid onder volwassenen te verminderen, is om te zorgen dat het sneeuwbaleffect stopt en dus om te voorkomen dat kinderen zich ontwikkelen tot laaggeletterde volwassenen. Het PIRLS-onderzoek toont aan dat onze kinderen reeds in het lager onderwijs moeilijkheden met begrijpend lezen ondervinden: daarom is het belangrijk om vanaf een vroege (kleuter)leeftijd de leesvaardigheden te stimuleren.

Kansarmoede begint in de baarmoeder

Kinderen uit kwetsbare gezinnen groeien op in een omgeving met weinig boeken en hebben moeilijk toegang tot bibliotheken (Van den Branden 2016). Ouders met een lagere SES lezen minder vaak voor aan hun kinderen (Hoff 2006). Nochtans stimuleert het lezen van boeken de woordenschatsgroei. Door verhalen te lezen krijgen kinderen bovendien meer inzicht in de verhaalstructuur en kunnen ze bijgevolg zelf beter een samenhangend verhaal vertellen (Shiro 2003). Deze taalvaardigheden zorgen er niet alleen voor dat kinderen later beter zijn in begrijpend lezen (Bast en Reitsma 1998), maar ook dat ze hun emoties en problemen beter kunnen uitdrukken, waardoor ze ook minder snel boos worden (Roben e.a. 2013).

Ook voor meertaallerende kinderen is een sterk leesbevorderende omgeving op school een goede katalysator voor de verwerving van de Nederlandse taalvaardigheden. Anderstaligheid is één van de vier leerlingenkenmerken die samen de kansarmoede-indicator vormen (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming).

Psychiater en voorzitter van het Kinderarmoedefonds Peter Adriaenssens ziet (voor)lezen als een onmisbaar wapen in de strijd tegen kinderarmoede: “1 op de 8 kinderen groeit op in armoede. Thuis hebben ze niet altijd de kans om te lezen. Maar wist je dat kinderen die al vroeg kennis maken met boeken taalvaardiger zijn, sneller kunnen lezen en beter kunnen rekenen?” (Adriaenssens 2018).

2. Project ‘De Boekenhouder’: competenties leerkrachten en onderwijsbegeleiders versterken

(1) door leerkrachten inzicht te verschaffen in het belang van een sterk voorbereidend leesaanbod en van het uitbouwen van een duurzame leescultuur in hun klas en school, én inzicht in de sterktes en pijnpunten van het huidig voorbereidend leesaanbod en de leescultuur in de eigen klas;

(2) door een professionaliseringstraject-op-maat aan te bieden met concrete acties voor de eigen klaspraktijk om de kwaliteit van het voorbereidend leesonderwijs en de leescultuur in hun klas te verhogen, rekening houdend met de karakteristieken en noden van kinderen uit kwetsbare gezinnen;

(3) door de leerkrachten en onderwijsondersteuners een kwaliteitsvol observatie-instrument aan te reiken, om de eigen klaspraktijk te screenen, te verbeteren en de evolutie te meten.

3. Methode

We focusten in dit project op acht tweede en derde Aalsterse kleuterklassen (4- tot 6-jarigen). Op deze leeftijd worden namelijk belangrijke fundamenten gelegd voor het latere lezen (Vernooy 2007). Om ervoor te zorgen dat we kinderen uit kwetsbare gezinnen zouden bereiken, selecteerden we kleuterklassen met minstens 20% kinderen met een SES-indicator (bepaald door de SES-indicator opleidingsniveau moeder). Per school nemen telkens minstens twee leerkrachten deel aan het project, om de kwaliteit en het duurzame karakter van het professionaliseringstraject te verhogen.

In dit project is er een sterke wisselwerking tussen enerzijds de projectmedewerkers, de leerkrachten van de betreffende scholen, laatstejaarsstudenten bachelor kleuteronderwijs Odisee (die er hun bachelorproef of een onderwijs-innovatief project rond uitwerkten), en anderzijds de resonantieraad: een multidisciplinaire stuurgroep bestaande uit experten in taalonderwijs bij kleuters uit kwetsbare gezinnen, experten in leesbevordering, experten in het bijscholen van leerkrachten en scholen, experten inzake kansarmoede en een bibliotheekmedewerker.

Eerste fase (september 2018 – december 2018)

Gezien we aan het begin van het project onvoldoende zicht hadden op hoe kleuteronderwijzers de leesvaardigheden van kleuters precies bevorderen, maakten we in de beginfase een stand van zaken op van het huidige voorbereidend leesonderwijs en de huidige leescultuur in acht kleuterklassen. Zo werden onder meer de inrichting van en het aanbod in de boekenhoek, alsook de kwaliteit van de boeken en de voorleestechnieken van de leerkracht onderzocht. Hiervoor deden we beroep op een internationaal genormeerde observatie-instrument: de ELLCO pre-K (Smith e.a. 2008).

Tweede fase (januari 2019 – september 2019)

Op basis van een kwalitatieve analyse van bovenstaande observaties brachten we de sterktes én de noden van de huidige klaswerking in kaart; en kregen de leerkrachten vervolgens een professionaliseringstraject-op-maat aangeboden om hun eigen leesonderwijs en leescultuur te evalueren en bij te sturen.

Een cruciaal principe tijdens de vorming en begeleiding van de leerkrachten is het bottom-up werken: het aangeboden professionaliseringstraject vertrekt altijd vanuit de noden van de leerkracht en zijn/haar klas en schoolcontext; met een focus op uiteindelijke zelfsturing van de betreffende kleuteronderwijzer(es) en zijn/haar team.

Derde fase (september 2019 – december 2019)

In de derde fase gaan we eerst na wat het effect van het professionaliseringstraject is: in hoeverre konden leerkrachten hun eigen klasomgeving verbeteren?

Vervolgens ontwikkelen we, op basis van de ervaringen in dit project, een Vlaams observatie-instrument en een bijhorend professionaliseringstraject voor scholen en onderwijsondersteuners om hun eigen leesonderwijs te evalueren en bij te sturen, zodat zij een sterk talenbeleid rond leesbevordering kunnen uitbouwen en alle kinderen, en zeker kinderen uit kwetsbare gezinnen, maximale leesbevorderingskansen kunnen geven.

4. Website

Op deze website vind je de ontwikkelde observatie-instrumenten en checklists, en tal van praktijkvoorbeelden en tips om zelf aan de slag te gaan in de kleuterklas, in de bibliotheek ... De website wordt op regelmatige basis aangevuld, ook in het kader van het nieuwe project Boeken troef!

Referenties

Bast, J., & Reitsma, P. (1998). “Analyzing the development of individual differences in terms of Matthew effects in reading. Results from a Dutch longitudinal study”. In: Developmental Psychology, 34(6), 1373-1399.

Christoffels, I., Baay, P., Bijlsma, I., & Levels, M. (2016). “Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede”. Stichting Lezen en Schrijven. Expertisecentrum Beroepsonderwijs: ’s-Hertogenbosch.

Christoffels, I., Groot, A., Clement, C. & Fond Lam, L. (2017). “Preventie door interventie. Literatuurstudie naar lees- en schrijfachterstanden bij kinderen en jongeren: prevalentie, relevante factoren en mogelijke interventies”. Stichting Lezen & Schrijven. Expertisecentrum Beroepsonderwijs: ’s-Hertogenbosch.

de Haan, N. (2016). “Voorlezen tegen taalachterstand. Ouders betrekken bij de taalontwikkeling van hun kind”. In: De wereld van het jonge kind, p. 16-19.

Goethals, M. (2017). “Speel taalspelletjes met je kinderen, Vlaamse jongeren hebben moeite met begrijpend lezen”. In: De Standaard, binnenland, 6 december 2017.

Hoff, E. (2006). “How social contexts support and shape language development”. In: Developmental Review, 26, 55-88.

Libelle gezond (2018). “Waarom voorlezen een onmisbaar wapen is in de strijd tegen kinderarmoede”. Laatst geraadpleegd op 20/08/2019 via https://www.libelle.be/gezond/waarom-voorlezen-een-onmisbaar-wapen-de-strijd-tegen-kinderarmoede/

Mol, S.E. (2010). “To read or not to read. Doctoraatsproefschrift Universiteit Leiden”. Geciteerd uit Taelman, H, & Van Severen, L. (2017). Cursus ‘Taalontwikkeling Nederlands 2’. Lerarenopleiding bachelor in het kleuteronderwijs. Odisee: Aalst.

Roben, C.K.P., Cole, P.M. & Armstrong, L.M. (2013). “Longitudinal Relations Among Language Skills, Anger Expression, and Regulatory Strategies in Early Childhood”. In Child Development 84 (3): 891-905.

Shiro, M. (2003). “Genre and evaluation in narrative development”. In Journal of Child Language 30: 165-195.

Smith, M. W., Brady, J. P. & Anastasopoulos, L. (2008). Early Language & Literacy Classroom Observation: Pre-K Tool (ELLCO). Baltimore, MD: Paul H. Brookes, Inc. Stanovich.

Stad Aalst (2016). “Opvoeding en onderwijs: kwantitatieve analyse”. In: Lokaal Beleidsplan Kinderarmoedebestrijding Aalst, p. 42-48.

Steunpunt Toetsontwikkeling En Peilingen (STEP) (2018). Resultaten van de peilingsproef Nederlands 2018. Laatst geraadpleegd op 20/08/2019 via https://peilingsonderzoek.be/s0-dag-peiling-nederlands-baond/

Tielemans, K., Vandenbroeck, M., Bellens, K., Van Damme, J. & De Fraine, B. (2017). “Het Vlaams lager onderwijs in PIRLS 2016. Begrijpend lezen in internationaal perspectief en in vergelijking met 2006.” KU Leuven: Centrum voor Onderwijseffectiviteit en –evaluatie.

TIMSS & PIRLS International Study Center. International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) (2016). Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS). Chesnut Hill, USA: Boston College.

Van den Branden, K. (2016). “Waarom is de sociale kloof in het Vlaams onderwijs zo groot?” Laatst geraadpleegd op 20/08/2019 via   https://duurzaamonderwijs.com/2016/12/07/waarom-is-de-sociale-kloof-in-het-vlaams-onderwijs-zo-groot/

Van Vreckem, C., Desoete, A. & Van Keer, H. (2015). “Problemen met begrijpend lezen effectief aanpakken: het belang van ‘wat’ en ‘hoe’”. In: Signaal, 91, pp. 18 – 40.

Vernooy, K. (2007). “Effectief leesonderwijs nader bekeken. Technisch lezen, woordenschat en leesstrategieën”. PO-raad: Utrecht.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Geraadpleegd op 20/08/2019 via

https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/geletterdheid-bij-mensen-in-armoede

https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/plan-geletterdheid

https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/wat-zijn-de-strategische-doelstellingen

Boeken troef! wil scholen ondersteunen bij het uitbouwen van een krachtigere leesomgeving. In de kleuterklassen wordt werk gemaakt van een aantrekkelijke boekenhoek​ en boeken in alle hoeken, in de lagere en secundaire scholen wordt gezocht naar een duurzame leesplek voor de leerlingen. Deze leesplek, die in samenwerking met de plaatselijke bibliotheek uitgebouwd wordt, moet het kloppend hart worden van allerlei leesbevorderende initiatieven in elke school. Recente resultaten uit o.a. het PIRLS- en PISA-onderzoek tonen immers aan dat de leesmotivatie bij Vlaamse leerlingen de laatste jaren sterk daalde. Na een algemene screening van de leesomgeving en het bredere leesnetwerk, helpt Boeken troef! scholen werk te maken van vrij lezen en voorlezen via de methodiek van het Samen Lezen.

BT foto lezers

In het Boeken troef!-project bouwen we in 20 scholen aan een motiverende leesomgeving binnen een breed leesnetwerk waarbinnen veel aandacht gaat naar het (begeleid) vrij lezen, samen lezen en voorlezen als leesstimulerende activiteiten en dit op alle onderwijsniveaus, van kleuter over lager naar secundair onderwijs. We zetten in op rijke gesprekken die vertrekken vanuit de inhoud van de boeken, maar aanknopen bij de ervaringen van de leerlingen om de leesmotivatie te verhogen, en tegelijk ook de kennis van en waardering voor het Nederlands te bevorderen. De scholen zijn verspreid over de gemeenten Aalst, Anderlecht, en Denderleeuw, drie verstedelijkte gemeenten met veel meertalige en kansarme leerlingen. Het project richt zich op scholen uit de verschillende netten met kleuter-, lager of secundair onderwijs, en beoogt duurzame kennisdeling en samenwerking tussen scholen en bibliotheken in deze gemeenten. Hiermee willen we bijdragen tot een succesvolle schoolloopbaan voor de leerlingen uit deze gemeenten.

De acties van het leesproject Boeken troef! worden gekaderd in het leesbeleid van de school, dat aan het begin van het leesproject in kaart wordt gebracht aan de hand van de leesscans Leesnetwerk en Krachtige en motiverende leesomgeving ontwikkeld in een onderzoeksproject van ODISEE, AP-UGent, Iedereen Leest, Stichting Lezen en de Nederlandse Taalunie. 

Op elke projectschool zullen boeken troef zijn, en daartoe wordt samengewerkt met sterke leespartners. Vooreerst is er de samenwerking met de plaatselijke bibliotheek vanuit de idee ‘bib in de klas – klas in de bib’. De bibliotheekmedewerker en betrokken schoolverantwoordelijken (het kernteam) gaan samen met de projectmedewerker van ODISEE in gesprek over hoe de bib de school kan ondersteunen in de uitbouw van een prikkelende, motiverende leesomgeving (boekenbox, leesplek in de bib, bibbezoek, kinderen helpen bij boekenkeuze, boekenhoek, leesplek ...). Daarnaast wil Boeken troef! op elke school werk maken van motiverende leesactiviteiten binnen een aantrekkelijke en krachtige leesomgeving. Afhankelijk van het onderwijsniveau wordt in het eerste projectjaar gekozen voor een specifieke methodiek: hetzij van De Boekenhouder (kleuteronderwijs), hetzij van het Samen Lezen (lager en secundair onderwijs). In het tweede projectjaar komen deze onderwijsniveaus en initiatieven samen in de activiteit van het duolezen.

Jaar 1

Aangezien al op zeer jonge leeftijd belangrijke fundamenten worden gelegd voor het latere lezen (Vernooy 2007) focussen we in Boeken troef! met De Boekenhouder op alle leerkrachten van de deelnemende kleuterscholen. Een cruciaal principe tijdens het leesproject De Boekenhouder is het bottom-up werken: de projectmedewerker vertrekt van de noden van de leerkracht en zijn/haar klas en schoolcontext, met een focus op uiteindelijke zelfsturing van de betreffende kleuteronderwijzer(es) en zijn/haar team.

Per kleuterafdeling nemen in eerste instantie telkens minstens twee leerkrachten deel aan het project. Via een coachingstraject-op-maat worden in een tweede beweging ook de andere leerkrachten bij het leesproject De Boekenhouder betrokken. De twee leerkrachten krijgen twee dagen opleiding tijdens dewelke ze de kenmerken van een rijke boekenomgeving voor kleuters leren kennen en ze hun eigen kleuterklas op dat vlak screenen; en maken ze kennis met inspirerende voorbeelden.

Vervolgens worden ze begeleid om de boekenomgeving in hun kleuterklas te verrijken. Deze opleiding werd ontwikkeld in een vorig project van ODISEE i.s.m. de stad Aalst, en is gebaseerd op de kenmerken van een rijke geletterde omgeving zoals omschreven in het internationaal gerenommeerde screeningsinstrument ELLCO – Early Language & Literacy Classroom Observation (Smith & Dickinson, 2002).  De bibliotheek is ook een partner in dit leesproject: samen met de projectmedewerker wordt gezocht hoe het boekenaanbod van de bib afgestemd kan worden op de noden van de kleuterschool, leerkracht en kinderen.

Van elke basisschool en secundaire school wordt één leerkracht opgeleid tot leesbegeleider volgens de methodiek van het ‘shared reading’.  Shared reading werd ontwikkeld  door Jane Davis binnen The Reader Organisation (TRO, UK) en blijkt een beproefde methodiek te zijn om in verdiepende interactie te gaan rond een literaire tekst (Langdon, E., et al., 2015). In een samen lezen-sessie wordt  een meer gelaagd, literair verhaal en gedicht voorgelezen aan een kleine groep lezers (maximaal 12). Deelnemers kiezen of ze de tekst meevolgen op papier (iedereen heeft een kopie van de tekst of het boek) of gewoon door te luisteren.  Tussenin last de leesbegeleider enkele pauzes in om de groep de kans te geven te reageren op wat voorgelezen werd. Persoonlijke betekenisverlening staat hierbij centraal. Na de interactie gaat de leesbegeleider verder met het verhaal. Op het einde sluit hij/zij af met een gedicht. Naast betekenisvolle interactie en kwaliteitsvolle literatuur vormt de veilige en gezellige leesomgeving een belangrijk element. De opleiding tot leesbegeleider gebeurt door Het Lezerscollectief, één van de partners voor Boeken troef! en officiële partner van TRO.  Na de (driedaagse) opleiding gaan de leerkrachten met de methodiek aan de slag in hun school. Via intervisie met Het Lezerscollectief worden ze hierin ondersteund. Ondersteuning krijgen ze ook van de bibliotheekmedewerker. Per bibliotheek volgt immers ook één bibmedewerker de opleiding. Zo kan hij/zij nadien de scholen ondersteunen in hun zoektocht naar geschikte teksten en kan er een leesgroep opgestart worden binnen de bib.

Jaar 2

In het tweede projectjaar lopen de leesbeleidsacties, aangezet in het eerste werkjaar, verder (leesgroepen, verrijkte leesplekken, werken aan een breed leesnetwerk, (begeleid) vrij lezen en voorlezen structureel verankeren in het leesbeleid). Daarnaast is er per onderwijsniveau een nieuw accent én worden er bruggen geslagen tussen de verschillende onderwijsniveaus.

In de kleuterschool verschuift het accent van een goed verrijkte boekenhoek en boeken in alle hoeken naar kwaliteitsvolle interactie over en vanuit boeken alsook naar interactief voorlezen en vertellen. Tijdens een (derde) opleidingsdag komen thema’s als verhaalkeuze, taalstimulerende activiteiten, (herhaald) interactief vertellen en voorlezen en differentiatie aan bod. Daarnaast wordt het kernteam aangemoedigd en ondersteund om hun expertise met collega’s te delen in functie van een duurzame verankering van de leesmotivatie-interventies. De projectmedewerker ondersteunt hiervoor de leerkrachten in hun dagelijkse klaswerking.

In het lager en secundair onderwijs gaat in dit tweede jaar de meeste begeleiding en ondersteuning naar een verrijkte vorm van duolezen. Per secundaire of basisschool wordt (of worden) een groepje (of groepjes) leerlingen opgeleid tot leesbegeleider volgens de samen lezen-methodiek. Hiermee willen we inspelen op de bestaande verschillen in leesmotivatie en leesgedrag van leerlingen. De leerling-voorlezer (in Boeken troef! de boekentroever genoemd) is een leerling die veel en graag leest, die autonoom gemotiveerd is en die in jaar één al deelnam aan een leesgroep. Deze leerlingen kiezen dus in grote mate zelf voor deze activiteit. Elk van deze boekentroevers wordt gekoppeld aan een kind dat jonger en minder gemotiveerd is voor lezen (in Boeken troef! de boekenproevers genoemd). Deze boekenproevers worden aangedragen door leerkrachten van het team of door leerkrachten van een nabije school, waardoor niet alleen meer en meer leerkrachten bij het project betrokken geraken, maar waardoor ook de schotten tussen kleuter en lager en secundair en/of tussen graden binnen een onderwijsniveau neergehaald worden. Leerlingen van de lagere school lezen dan bijvoorbeeld voor aan kinderen van de kleuterschool. De bedoeling is om ook van de boekenproevers, boekentroevers te maken. Het brede leesnetwerk, versterkt in jaar 1 van het leesproject, blijft ook hier een belangrijke rol spelen: bibliotheekmedewerkers ondersteunen de boekentroevers met een boekenaanbod op maat. Om van dit duolezen een structurele actie binnen het leesbeleid te maken, volgt ook één leerkracht deze opleiding. Na het beëindigen van het Boeken troef!-project kan hij/zij nieuwe groepjes leerlingen opleiden en begeleiden.  Deze vorm van duolezen is gebaseerd op één van de scholenprojecten van The Reader Organisation: ‘The Reading Revolutionaries’, en wordt naar de Vlaamse context vertaald door Het Lezerscollectief.

Als afsluiter van Boeken troef! wordt in elke bib op het einde van het tweede projectjaar een feestelijke afsluiter georganiseerd voor alle betrokken kinderen en leerkrachten: iedereen krijgt een Boeken troef!-certificaat. Uiteraard wordt er voldoende tijd vrijgemaakt om het project te evalueren met het oog op een duurzame samenwerking tussen scholen en bibliotheken.

Uit verschillende studies blijkt dat autonoom gemotiveerde leerlingen het beter doen op begrijpend leestesten dan gecontroleerd gemotiveerde leerlingen. Precies omdat dit ‘lezen uit eigen beweging’, dit ‘lezen met goesting’ zo hard samenhangt met de algemene taalontwikkeling (zie o.m. Mol en Bus, 2011) en dus indirect ook met schoolsucces, willen we met Boeken troef! op alle onderwijsniveaus de kaart trekken van het verhogen van de autonome leesmotivatie van kinderen.

De keuze om in projectjaar 1 werk te maken van een krachtige en motiverende leesomgeving (hetzij via het project De Boekenhouder, hetzij via de samen leesgroepen) in samenwerking met de uitbouw van een breder leesnetwerk (school in de bib – bib in de school) en om in projectjaar 2 in te zoomen op motiverende activiteiten in die leesomgeving (het duolezen, kwaliteitsvolle interactie over en met boeken in alle hoeken van de kleuterschool) biedt de betreffende scholen en bibliotheken grote voordelen:

  • Elke school denkt dankzij de leesscan na over, en maakt werk van, de opzet van een duurzaam leesbeleid;
  • Elke school smeedt een duurzaam (breed) leesnetwerk met de lokale bibliotheek, of dit netwerk wordt verder uitgebouwd en bestendigd;
  • Op alle scholen komt er – dankzij het verbrede leesnetwerk – een duurzaam en kwaliteitsvol boekenaanbod;
  • Leerkrachten worden versterkt in het inzetten op betekenisvolle interactie over en met boeken. Op die manier wordt er onmiddellijk gewerkt aan de sleutel ‘interactie’ van een effectief leesbeleid (VLOR, Gobyn et al., 2019);
  • Op alle scholen wordt doorheen de verschillende acties van Boeken troef! ingezet op de basis van effectief leesonderwijs, met name op de autonome leesmotivatie van leerlingen, met voldoende oog voor succeservaringen van de leerlingen en leerkrachten.

Referenties

Gobyn et al. (2019). “Sleutels voor effectief begrijpend lezen”. Brussel: VLOR.

Langdon, E., et al. (2015). “The intrinsic value of the reader organisation’s shared reading scheme”. Liverpool: CRILS Liverpool University.

Mol, S.E. & Bus, AG (2011). “Lezen loont een leven lang”. In Levende Talen Tijdschrift, Jrg. 12, nr. 3, pp. 2-15.

OECD (2010), PISA 2009 Results: “What Students Know and Can Do – Student Performance in Reading, Mathematics and Science (Volume I)”, via http://dx.doi.org/10.1787/9789264091450-en .

OECD (2019), PISA 2018 Results (Volume I): “What Students Know and Can Do”, opgehaald via https://www.oecd.org/publications/pisa-2018-results-volume-i-5f07c754-en.htm , juni 2020.

Smith, M. W., & Dickinson, D. K. (2002). Early Language & Literacy Classroom Observation (ELLCO) Toolkit, Research Edition [with] User's Guide.

TIMSS & PIRLS International Study Center. International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) (2016). “Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS)”. Chesnut Hill, USA: Boston College.

Vernooy, K. (2007). “Effectief leesonderwijs nader bekeken. Technisch lezen, woordenschat en leesstrategieën”. PO-raad: Utrecht.

     

    De Boekenhouder(s), wie is/zijn dat in feite?

    ‘De Boekenhouder’ wordt gedragen door heel wat vrouw- en mankracht. Het project is officieel 'afgelopen', de website wordt verder onderhouden en aangevuld met ervaringen, good practices ... 

    In dit project was er een sterke wisselwerking tussen enerzijds de projectmedewerkers, de leerkrachten van de betreffende scholen, laatstejaarsstudenten Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs Odisee (die er hun bachelorproef of een onderwijs-innovatief project rond uitwerkten), en anderzijds de resonantieraad: een multidisciplinaire stuurgroep bestaande uit experten in taalonderwijs bij kleuters uit kwetsbare gezinnen, experten in leesbevordering, experten in het bijscholen van leerkrachten en scholen, experten inzake kansarmoede, een bibliotheekmedewerker … Bij het verder uitbouwen van deze website, wordt een gelijkaardige wisselwerking nagestreefd tussen de verschillende actoren. 

    Aarzel niet om zelf ook deel uit te maken van ‘De Boekenhouder’ ...  

    ... door je ervaringen te delen op deze website! Dat kan je doen via ‘Publiceren  of contacteren’. Het doel is deze website blijvend te vullen met inspirerende ideeën voor het werken met kleuters en boeken. 

    Hier kan je terugvinden welke medewerkers er tot nu toe allemaal achter ‘De Boekenhouder’ verscholen zaten (en zitten):

    Acht leerkrachten uit drie kleuterscholen, en hun directies:

    • Kristine Van Neyghem (DvM Aalst)
    • Karen Tielemans (DvM Aalst)
    • Heidi Blancquaert (DvM Aalst)
    • Nathalie De Gols (DvM Aalst)
    • Ellen Schokkaert (De Notelaar, Aalst)
    • Kelly Meert (De Notelaar, Aalst)
    • Dina Ben Ayad (De Nieuwe Arend, Aalst)
    • Cathy Manolo (De Nieuwe Arend, Aalst)
    • Jeroen Van Der Heyden (directeur DvM Aalst)
    • Elke D’Haeseleer (directrice De Nieuwe Arend)
    • Sylvia Vanden Eeden (directrice De Notelaar)

    Resonantieraad:

    • Ann Martin – Studiegebieddirecteur onderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst, Brussel, Dilbeek, Sint-Niklaas)
    • Annemie Hayemal – Voorzitster LOP (Lokaal OverlegPlatform BaO) Aalst
    • Christel Van Vreckem – Expert in begrijpend lezen, dyslexie, lees- en spellingtests, spelling, voorbereidende lees- en spellingvaardigheden - Arteveldehogeschool
    • Conny Tielemans – Vertelster, lesgeefster in het deeltijds kunstonderwijs: woordatelier en storytelling
    • Els Mertens – Opleidingshoofd Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs en Lager Onderwijs - Odisee, de co-hogeschool (campus Brussel)
    • Esther den Doelder – Logopediste
    • Evelien Gheeraert – docent taal Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs en Lager Onderwijs - Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst en Brussel)
    • Goedroen van Lunenburg – Pedagogisch adviseur OVSG, voormalig taalcoach dienst Onderwijs stad Aalst
    • Helena Taelman – Onderzoeker en blogger op Kleutergewijs.be, docent taal Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs - Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst)
    • Ine Callebaut – Docent taal Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst)
    • Inge Umans – Leesbevorderaar, http://www.rodedraad.be/
    • Isabelle De Wuffel – Coördinator Kinderarmoedebeleid / regie lokaal sociaal beleid – Stad Aalst
    • Johan De Wilde – Lerarenopleider , onderzoeker en lid van de cel onderwijsontwikkeling en innovatie –- Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst en Brussel)
    • Lien Hemerijckx – ART BASICS FOR CHILDREN, Brussel
    • Lieve Van Den Eeckhout – coördinator flankerend onderwijsbeleid – Stad Aalst
    • Marlies Algoet Lector en onderzoeker taal, coördinator PG Leescoach, Toverbosser – Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs en Lager Onderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst en Brussel)
    • Mia Annaert – Pedagogisch begeleider en nascholer, Dienst Curriculum & vorming – Team basisonderwijs, Katholiek Onderwijs Vlaanderen
    • Nicoleta Vandeputte – Coördinator Huis van het Kind Anderlecht, voormalig coördinator consultatiebureaus Kind en Preventie Brussel
    • Pieter TijtgatOnderzoeksverantwoordelijke Onderzoeksgroep Onderwijs, Coördinator Wetenschapscommunicatie – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst, Brussel, Sint-Niklaas, Gent)
    • Sarah Steinhauer – Deskundige jeugdcollectie Stedelijke bibliotheek Utopia, Aalst
    • Saskia Timmermans – Docent Nederlands – Educatieve Bachelor Lager Onderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst)
    • Tania Van Acker – Kennismedewerker vroege geletterdheid, inclusie en onderwijs – Iedereen Leest

    De bijeenkomsten van de resonantieraad werden gepiloteerd door Lieve Van Severen en Jaantje Verbruggen.

    Derdejaarsstudenten Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool:

    (campus Aalst en campus Brussel)

    De onderwijsinnovaties ‘word boekenleerkracht’ van studenten Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool, onder begeleiding van Ine Callebaut en Lieve Van Severen:

    • Alexandra Schellinck
    • Amber Meersman
    • Amber Nevens
    • Amber Vanbever
    • Caro Debolle
    • Céline Mons
    • Ellen Bosmans
    • Febe Van Rossem
    • Jolien Bosmans
    • Karlien De Rop
    • Saskia Himeleers
    • Tatiana van der Maelen

    De bachelorproeven van studenten Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool, onder begeleiding van Jaantje Verbruggen:

    • Jenne Bettens
    • Jolien Lanin
    • Kelly Poivre

    Ontwerp logo:

    De jonglerende boekenhouder zélf werd ontworpen door Ruth Van Wichelen.

    Ontwerp website:

    De website werd opgebouwd en vormgegeven door Carlo Van den Bunder – Web-Interface  Ontwikkelaar – Odisee, de co-hogeschool.

    Een speciale dank aan:

    logo IW

    Innerwheel Club Dendervallei (https://www.innerwheel.be/nl/club/dendervallei) voor het schenken van prachtige boekenpakketten waarmee de deelnemende kleuteronderwijzeressen nog enthousiaster aan de slag konden om rijke, functionele activiteiten aan te bieden in hun kleuterklas.

    Algemene ondersteuning project:

    Lieve Van Severen Docent Nederlands, onderzoeker Klank klaar voor de leesstart – Educatieve  Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Aalst).

    Project(bege)leider, redactie, website:

    Jaantje Verbruggen – Lerarenopleider - expertise taal & taalontwikkelend lesgeven in de kleuterklas;  ECO of ETEN (European Teacher Education Network) (TIG: creative storytelling); coördinator Boekenbende aan Huis; projectleider De Boekenhouder; projectleider Boeken troef! – Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs – Odisee, de co-hogeschool (campus Brussel).

    Het studiegebied Onderwijs binnen Odisee, de co-hogeschool tekende een leesbeleidsplan uit, met de focus op leesbevordering, motivatie & plezier,  alsook de rol van leraar als cultuurparticipant.

    In het Leesnetwerk voor het basisonderwijs vind je: