Boekpromotie: snuffelen aan nieuwe heldhaftige boeken in alle hoeken – deel 1

Juf Heidi werkt rond ‘Helden’:

Als opstart van het thema ‘Helden’ met focus ‘camouflage, vermommen en verstoppen’ kunnen de kleuters samen genieten van het verhaal ‘Superworm’ (Julia Donaldson & Axel Scheffler). Nadien worden gedurende een hele voormiddag activiteiten met nieuwe boeken in verschillende hoeken voorzien.

De kleuters kunnen gedurende de komende weken nog met deze boeken werken, op velerlei manieren. Uiteraard kunnen ze niet allemaal (klassikaal) voorgelezen of verteld worden, dat hoeft ook niet. Juf Heidi tracht de kinderen zo vaak als mogelijk met uiteenlopende boeken in contact te laten komen; hen te motiveren om zelf te leren lezen; hen hun voorkeur te laten ontdekken; hen op verschillende manieren ‘aan de slag’ te laten gaan met verschillende boeken ...

Ontwikkelingsdoelen:

Doorheen al deze activiteiten (deel 1 en deel 2) wordt overwegend aan de volgende ontwikkelingsdoelen gewerkt:

  • Nederlands (Lezen): (NE OD 3.1) De kleuters kunnen aan de hand van visueel materiaal een boodschap herscheppen; (NE OD 3.2) De kleuters kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen; (NE OD 3.3) De kleuters kunnen op materialen, in boeken, op uithangborden lettertekens onderscheiden van andere tekens; (NE OD 3.4) De kleuters zijn bereid spontaan en zelfstandig de voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen in te kijken.
  • Nederlands (Taalbeschouwing): (NE OD 5.2) De kleuters beseffen dat boodschappen visueel kunnen worden bewaard en daardoor opnieuw kunnen worden opgeroepen; (NE OD 5.3) De kleuters beseffen dat mensen door middel van het schrift boodschappen kunnen vastleggen; (NE OD 5.4) De kleuters beseffen dat bepaalde symbolen (pictogrammen, lettertekens, ...) dienen om boodschappen over te dragen.
  • Muzische vorming (Beeld): (MV OD 1.1) De kleuters kunnen visuele waarneming en beeldend geheugen versterken en vergroten door beeldelementen te herkennen; (MV OD 1.3) De kleuters kunnen kleur, lijn, vlak, ritme, vorm en versiering onderscheiden en de ontdekking van beeldelementen verwoorden.
  • Muzische vorming (Drama): (MV OD 3.5) De kleuters kunnen genieten van een gevarieerd aanbod aan hedendaagse en klassieke kinderliteratuur en van voor hen bestemde culturele activiteiten.

Per activiteit hieronder zullen telkens een aantal meer specifieke doelen, ook in andere ontwikkelingsdomeinen dan Nederlands en muzische vorming, omschreven worden.

Opmerkingen:

Hoe juf Heidi de kleuters een eerste keer laat kennismaken met de nieuwe boeken en hen over de activiteiten verdeelt, kan je lezen in de tip Nieuwe (heldhaftige) boeken in de klas!(Boeken en boekmaterialen in de kleuterklas)

Hieronder vind je activiteiten rond de volgende boeken:

  • Superworm (Julia Donaldson & Axel Scheffler)
  • Superheldjes (Loes Riphagen)
  • Super Uil – meester in vermomming (Sean Taylor & Jean Jullien)
  • Waar ben jij goed in? (Ilona Lammertink & Lucie Georger)
  • Helden! Mensen die de wereld mooier maakten (Janny van der Molen)

In deel 2 vind je activiteiten rond de volgende boeken:

  • Kleine helden-box
  • Heldinnen – Vijftig vrouwen die weten wat ze willen (Janny van der Molen)
  • De leeuw in de muis (Rachel Bright & Jim Field)
  • SuperFinn en zijn cape (Bianca Antonissen & Julie Mellan)

 

Ziehier de verschillende activiteiten met boeken die juf Heidi in alle hoeken van de klas voorziet, zodat de kleuters al een eerste keer met alle boeken kunnen kennismaken:

Superworm (Julia Donaldson & Axel Scheffler)

Dit prentenboek wordt ’s morgens als opstart van het thema ‘Helden’ met focus ‘camouflage en verstoppen’ voorgelezen. Juf Heidi vestigt de aandacht op het boekomslag: voorkant (met titel, auteur en illustrator) en achterkant (met korte inhoud) worden samen besproken. Tijdens het voorlezen zelf hecht juf Heidi ook veel belang aan de illustraties.

De kleuters die nadien met dit boek aan de slag gaan, kunnen er zowel een tel- als een schrijfoefening bij doen:

foto 1

Teloefening: hoeveel bijen, vlinders, naaktslakken, huisjesslakken, padden zie je?

  • De kleuters krijgen ook gelamineerde versies van de prenten waarop ze, indien ze dat makkelijker vinden, met uitwisbare stift de betreffende dieren kunnen omcirkelen.
  • Deze dieren staan ook op een apart turfblad afgebeeld, de kleuters zetten per geteld dier een streepje in de juiste rij.

Met deze activiteit …

  • werk je aan wiskundige initiatie;
  • verwerven de kleuters inzicht in hoeveelheden: ze moeten bv. de vlinders tellen, hun wiskundig handelen (nl. dat tellen) omzetten (representeren) in iets grafisch en ze moeten het aantal vlinders vergelijken met het aantal turfstreepjes; 
  • zijn de kleuters gericht en intens aan het waarnemen, m.b. kijken (zoeken).
foto 2

Schrijfoefening: de kleuters krijgen kaartjes met daarop de titel van het boek in verschillende lettertypes. Met een ‘magneetworm’ gaan ze over de letters van superworm.

Met deze activiteit …

  • zijn de kleuters taalbeschouwend bezig: ze experimenteren met lettervormen en lettertypes en ontdekken verschillen en gelijkenissen daartussen; 
  • werken de kleuters functioneel rond hun klein-motorische vaardigheden, door het experimenteren met en imiteren van deze letters en door de schrijfpatronen spelenderwijs te oefenen.

Superheldjes (Loes Riphagen)

De kleuters die met dit boek aan de slag gaan, kunnen de volgende oefening doen:

foto3

Kun je de tien superheldjes vinden?

De kleuters krijgen een gelamineerde pagina uit het boek:

  • Ten eerste zoeken ze de overeenkomstige pagina in het prentenboek.
  • Op het gelamineerde blad zoeken ze de 10 superheldjes en duiden deze aan.
  • Telkens ze een superheldje omcirkelden, schuiven ze ook een kraal opzij op het rekenrek. Zijn er 10 kralen verschoven, dan hebben ze de heldjes van die bepaalde pagina gevonden.

De kleuters hebben een vergrootglas ter beschikking om de heldjes te zoeken, een uitwisbare stift om de superheldjes te omcirkelen én een rekenrek tot 10, zodat ze kunnen bijhouden hoeveel ze er al gevonden hebben.

    Met deze activiteit …

    • zijn de kleuters gericht en intens aan het waarnemen, m.b. kijken (zoeken naar de overeenkomstige pagina in het prentenboek, dus deze ook vergelijken met het gelamineerde blad, zoeken naar de superheldjes …);
    • exploreren en ontdekken de kleuters de mogelijkheden van (nieuwe) motiverende materialen, zoals het vergrootglas, de uitwisbare stift, het telraam … ;
    • oefenen de kleuters een juiste pengreep om de figuren te omcirkelen; 
    • werk je aan wiskundige initiatie: de kleuters verwerven inzicht in hoeveelheden - ze moeten de heldjes tellen, hun wiskundig handelen (nl. dat tellen) omzetten (representeren) in iets grafisch (rekenrek) en ze moeten het aantal heldjes vergelijken met het aantal kralen dat ze al verschoven op het rekenrek om na te gaan of alle heldjes gevonden zijn.

    Super Uil – meester in vermomming (Sean Taylor & Jean Jullien)

    De kleuters die met dit boek aan de slag gaan, ‘lezen’ het boek zelfstandig in de boekenhoek.  Om het lezen te verdiepen kunnen ze nog twee activiteitjes doen: 

    foto 4

    Teloefening: de kleuters doorstrepen telkens het woord ‘SUPER UIL’ op een turfblad, als ze dit tegenkomen in het boek. De doelen betreft wiskundige initiatie waarrond je hiermee werkt, kan je vinden in de ‘turfoefeningen’ hierboven.

    In deze activiteit …

    • is er extra aandacht voor de taalbeschouwing en beginnende geletterdheid: buiten boekoriëntatie moeten kleuters deze keer woorden/letters, en geen afbeeldingen, filteren uit wat ze waarnemen in het boek; en ze moeten woorden in zinnen kunnen onderscheiden (taalbewustzijn); 
    • werken de kleuters ook volop rond lezen: ze kunnen lettertekens onderscheiden van andere tekens, ze herkennen letters en woorden in een verhaal, ze herkennen de volgorde van woorden, letters en zinnen in boeken, ze ontdekken gelijkenissen en verschillen tussen letters.
    foto 5

    Reconstructie-oefening: de kleuters moeten de cover van het boek heropbouwen, door de afbeeldingen van de voorkaft op de juiste plaats te leggen op een ‘zwarte’ kaft. Ze trachten hierbij zo veel mogelijk te verwoorden (schrijver, titel, auteur, tekenaar, illustrator … ).

    Met deze activiteit …

    • werk je rond boekoriëntatie bij de kleuters: tijdens jouw instructie krijgen de kleuters veelvuldig de begrippen kaft, voorkant, achterkant, rug te horen; ze leren waaruit een boekcover wordt opgebouwd: afbeeldingen en woorden (schrijver, illustrator, titel); ze ontdekken dat de titel groter geschreven staat dan de rest van de tekst op de voorkant; ze zien in dat er conventies bestaan bij geschreven taal  … ;
    • werk je rond lezen bij de kleuters: ze herscheppen een boodschap aan de hand van visueel materiaal;
    • werk je rond taalbeschouwing bij de kleuters: ze beseffen dat  en zien in dat er conventies bestaan bij geschreven taal;
    • kunnen de kleuters hun visuele waarneming en beeldend geheugen versterken en vergroten door beeldelementen te herkennen.

    Waar ben jij goed in? (Ilona Lammertink & Lucie Georger)

    De kleuters die met dit boek aan de slag gaan, ‘lezen’ het boek zelfstandig in de boekenhoek. Om het lezen te verdiepen, wordt een activiteit met de Bee-Bot voorzien rond dit boek. De kleuters laten de Bee-Bot het verhaal opnieuw ‘vertellen’, ze gaan de Bee-Bot het verhaal dus aanleren:

    foto 6

    De kleuters die met dit boek aan de slag gaan, ‘lezen’ het boek zelfstandig in de boekenhoek. Om het lezen te verdiepen, wordt een activiteit met de Bee-Bot voorzien rond dit boek. De kleuters laten de Bee-Bot het verhaal opnieuw ‘vertellen’, ze gaan de Bee-Bot het verhaal dus aanleren:

    • In de Bee-Bot-mat zitten de 12 prenten van het verhaal ‘door elkaar’. De kleuters moeten met de Bee-Bot de chronologische volgorde van het verhaal zien te volgen, aan de hand van het prentenboek.
    • De kleuter met het prentenboek zegt wat er op de pagina staat (beschrijven van de prent), de kleuter met de Bee-Bot voert uit (aandachtig luisteren).
    Bee-Bot kls

    Met deze activiteit …

    • werk je rond wiskundige initiatie bij de kleuters (ruimte) (meetkunde): (WI OD 3.1) De kleuters kunnen handelend, in concrete situaties de begrippen 'in, op, boven, onder, naast, voor, achter, eerste, laatste, tussen, schuin, op elkaar, ver weg, dicht bij, binnen, buiten, omhoog en omlaag' in hun juiste betekenis gebruiken. Zij kunnen pictogrammen in verband met 'richtingen' als symbolen hanteren; (WO OD 3.3) De kleuters kunnen in een concrete situatie oplossingen vinden voor een ruimtelijk probleem;
    • zet je ook in op de schriftelijke taalvaardigheid van de kleuters wat betreft lezen: ze moeten eerst het boek ‘lezen’ om het parcours van de Bee-Bot te kunnen bepalen – een schriftelijke boodschap verwerken dus; ze moeten deze schriftelijke boodschap ook kunnen overbrengen. (NE OD 3.2) De kleuters kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen;
    • zet je, door de Bee-Bot het ‘verhaalparcours’ te laten afleggen, ook in op de schriftelijke taalvaardigheid van de kleuters wat betreft schrijven: ze moeten de boodschap herscheppen, het verhaal opnieuw vertellen, door middel van de Bee-Bot. (NE OD 4.1) De kleuters kunnen een ervaring, een verhaal weergeven door middel van visueel materiaal;
    • moeten de kleuters hun beurt afwachten, kunnen samenwerken en overleggen zodat de Bee-Bot een correct parcours kan afleggen … en zo werk je aan hun relationele vaardigheden;
    • moeten de kleuters afspraken maken/plannen en verwoorden hoe ze dit zullen aanpakken, (NE OD 2.4) De kleuters kunnen uitleggen hoe zij in een activiteit van plan zijn te werk te gaan of hoe zij te werk zijn gegaan; 
    • gaan de kleuters intensief aan de slag met de Bee-Bot, waardoor hun mediageletterdheid aangescherpt wordt.

    Opmerking: er zijn nog wel meer doelen waaraan gewerkt wordt, we beperken ons hier tot de belangrijkste op het moment van deze activiteit.

    Helden! Mensen die de wereld mooier maakten (Janny van der Molen)

    De kleuters die met dit boek aan de slag gaan, bestuderen het eerst heel goed. Van de twaalf helden in dit boek, werd een ‘bladwijzer’ gemaakt – elke ‘heldhaftige bladwijzer’ heeft een andere tint. (De helden zijn bekende en minder bekende mensen: van Anna Maria van Schurman tot Martin Luther King)

    De kleuters gaan in het boek op zoek naar de helden, en steken de bladwijzers op de juiste plaats. Ondertussen bespreken ze de afbeeldingen samen: waarom zou dit een held zijn? Kennen ze iemand die op de persoon in kwestie lijkt? Lijkt de persoon op de superhelden die zij kennen (bv. Spiderman)?

    foto7

    Met deze (korte) kennismakingsactiviteit …

    • leer je de kleuters omgaan met informatieve boeken (rustig bladeren, het is niet ‘om ter eerst’ de prent vinden in het boek);
    • werk je aan de muzische geletterdheid van de kleuters: op het vlak van beeld oefenen ze nog eens op kleuren en kleurnuances; 
    • werken de kleuters samen en moeten ze afspraken maken/plannen en verwoorden hoe ze dit zullen aanpakken, hun beurt afwachten …  (NE OD 2.4) De kleuters kunnen uitleggen hoe zij in een activiteit van plan zijn te werk te gaan of hoe zij te werk zijn gegaan.